Schwienswei fase I 2001

De Schwienswei is een natuurgebied in de samenloop van de Rode beek en de Geleenbeek. Het bestaat uit parkachtig bosgebied, een visvijver en akkerland. Door de nauwe samenwerking tussen Waterschap Roer en Overmaas, Landschaps park De Graven en de gemeente Sittard-Geleen-Born kon dit project in hoog tempo in 2001 worden gerealiseerd.

 

Herinrichting Schwienswei

De Schwienswei is het natuurgebied dat gelegen is aan de noordzijde van Sittard, links van de Tuddernweg. In het kader van de herinrichting zijn tal van werkzaamheden uitgevoerd. Door bestaande paden op te knappen en nieuwe paden en bruggen aan te leggen, is de toegankelijkheid sterk verbeterd. Een nog aan te leggen heuvel, ter hoogte van het voormalig woonwagencentrum, zorgt ervoor dat bezoekers het gebied kunnen overzien.

 

Over een totale lengte van 2300 m (tussen de Tuddernweg tot aan Millen, bij de aftakking naar de Geleenbeek) meandert de Rode Beek nu door het gebied. Het grachtenstelsel van de Hateboer is gedeeltelijk hersteld, er is gezorgd voor de aanvoer van oppervlaktewater naar de visvijvers, waar ook paaiplaatsen zijn aangelegd. De oude rechtgetrokken Rode Beek blijft liggen om tijdens pieken het overtollige water te kunnen afvoeren.

 

De Rode Beek

De Rode Beek begint als klein bronbeekje in Brunssum. Na een loop van circa 25 km mondt de beek bij Oud-Roosteren uit in de Geleenbeek. Tussen Jabeek en Sittard loopt de beek 5 km door Duitsland. Met uitzondering van het brongebied is de Rode Beek in het verleden vrijwel helemaal rechtgetrokken.

 

Na de herinrichting van het natuurpark Schwienswei meandert de beek opnieuw.  Daartoe werd een nieuwe bedding gegraven, waarbij gebruik werd gemaakt van de oorspronkelijke loop van de beek. Het rechtgetrokken deel blijft behouden om bij externe regenbuien het overtollige water af te voeren.

 

De Hateboer

De Hateboer is de perceelaanduiding van een gebied dat omgeven is door grachten en wallen. De Schwienswei was in de Middeleeuwen een ondoordringbaar moeras gebied. Hierin werd een strook land van 100 bij 600 m afgebakend door een dubbele gracht. Eén van de grachten liep in kaarsrechte lijn van de Stadbroekermolen naar de Rode Beek. De grachten werden gevoed met water uit de Molenbeek.

De Hateboer, die werd aangelegd ter verdediging van het gebied, was een weide waarop varkens van inwoners uit Tuddern en Sittard weidden, vandaar de naam "Schwienswei" (varkensweide). Het gebied binnen de grachten werd opgehoogd en in cultuur gebracht.